Het rapport analyseert het bestaande en toekomstige gebruik en de uitwisseling van energie en grondstoffen door bedrijven in het industriecluster Delfzijl. Op basis van die analyse is vervolgens in kaart gebracht wat hiervoor aan infrastructuur nodig is. Voor de huidige bedrijfsvoering maar zeker ook voor het benutten van kansen voor verduurzaming, innovatie en economische ontwikkeling. En voor de nieuwe duurzame bedrijven op de uitbreiding van het bedrijventerrein.
Stoom en elektriciteit
‘In het industriecluster in Delfzijl zijn nu al veel bedrijven gericht op duurzaamheid’, aldus directeur Wilfred de Jager van EEW, Energy from Waste Delfzijl bv, de afvalenergiecentrale in het cluster. Deze centrale speelt een belangrijke rol door het leveren van stoom en elektriciteit. ‘Er doen zich hier de komende jaren veel mogelijkheden voor om verder te investeren in verduurzaming van de industrie. Bijvoorbeeld op het gebied van circulariteit.’ ‘Wat dat betreft past het rapport helemaal in het Nationale Programma Verduurzaming Industrie’, vult programmamanager Marike Hoekstra aan.
Gezamenlijke opgave
Het verduurzamen van de industrie is een enorme opgave die een gezamenlijke inspanning van overheid, kennisinstellingen en bedrijven vraagt. ‘Bij overheden en kennisinstellingen zit veel kennis, bijvoorbeeld over beleid en subsidiemogelijkheden’, licht Marike toe. ‘Maar uiteindelijk is het aan de bedrijven om het in de praktijk te brengen. Zij zijn gewend om complexe vraagstukken aan te pakken en -ook niet onbelangrijk- om risico’s te nemen.’ Gevraagd naar toekomstmogelijkheden, komt Wilfred met tal van ideeën over bijvoorbeeld toepassing van waterstof, gebruik van CO2 en NOx als grondstof, afscheiden van kunststoffen of grondstoffen terugwinnen uit verbrandingsgassen.
Maar...
Er is alleen wel een maar. ‘Als bedrijven zien we allerlei mogelijkheden en willen we investeren’, aldus Wilfred. ‘Maar dat is alleen verantwoord wanneer er sprake is van stabiliteit in beleid en afspraken. Zo krijgen we de tijd onze investeringen terug te verdienen.’ ‘En dat is meteen een van de belangrijkste waarden van dit rapport’, zegt Marike. ‘Naast continuïteit in beleid en financiering, willen we hiermee de erkenning krijgen dat dit de kritieke infrastructuur is die deze ontwikkeling mogelijk maakt.’
Trots
Volgens Tjisse Stelpstra laat het rapport zien hoe belangrijk samenwerking is. ‘Met samenwerking zetten we een plus op verduurzaming. Het rapport laat ook het belang van samenhang zien. Het heeft geen zin om voor elk afzonderlijk beleidsonderdeel een 10 te willen halen als het totaal op een zes uitkomt. En in het geval van Delfzijl zelfs nog lager. Soms moet je genoegen nemen met een lager cijfer per onderdeel als de spreekwoordelijke som der delen uiteindelijk wel op een hoog cijfer uitkomt. Dat vraagt om bestuurlijke moed. Maar wie zou er nu niet voor ons mooie eindresultaat willen gaan?’